Deze pagina is alleen beschikbaar in het Engels.

← Onze programma's

Madonna Mia!

Rome, 17th century. A city of splendour, devotion, and restless creativity. Enter Christina of Sweden: a queen without a kingdom, who trades her throne for a new realm—the arts. Her salons become a meeting place for poets, painters, and musicians; her influence shapes an entire generation.

Madonna Mia!

Practical information

Componisten
Melani · Stradella · Scarlatti · Carissimi · Pasquini
Bezetting
SSATB and continuo (organ)
Duur
Around 60 min; can be adjusted.
Stemtoon
A=440 Hz, quarter-comma meantone
Vereisten
Organ required. Continuo can be extended (e.g. with harpsichord)
Podiumopstelling
5 singers plus continuo. Standard concert setup.
Neem contact op →

Programme

  1. Melani — Quae est ista
    • SSATB bc
    • Concerti Spirituali, op. 3 (1682).

    Quae est ista

    Wie is zij,

    novi luminis aurora consurgens,

    die dageraad van nieuw licht,

    quae progreditur aeternis

    die opkomt en voortschrijdt,

    irradiata fulgoribus,

    bestraald door eeuwige glansen,

    quae tanta laetitia,

    zo vol vreugde,

    qui tantus nitor,

    zo vol luister,

    quae nam ista est?

    wie is zij?

    Coeli de super rorate

    Hemelen, daalt dauw neer van boven,

    prata floribus ridete

    weiden, lacht in bloemen,

    novae lucis et beatae gaudete,

    verheugt u om het nieuwe, zalige licht,

    novi luminis gaudete.

    verheugt u om de nieuwe glans.

    Haec est Maria

    Dit is Maria,

    quae pulchra, quae pia

    schoon en vroom,

    diffundit in ortu

    zij verspreidt bij haar opgang

    coelestes nitores,

    hemelse stralen.

    date rosas, date flores,

    Brengt rozen, brengt bloemen,

    tantae Virgini favete.

    eert deze grote Maagd!

    Coeli de super rorate

    Hemelen, daalt dauw neer van boven,

    prata floribus ridete.

    weiden, lacht in bloemen.

    Quae nox dispergitur

    De nacht wijkt uiteen

    oritur, quae dies.

    De dag breekt aan.

    Augustis facibus

    Bewoners der aarde,

    telluris incole

    heft uw plechtige fakkels,

    aeterno lumini,

    hemelse koren,

    coelorum ordines,

    het eeuwige licht,

    plaudite

    prijs het!

    exultat in cantu

    Laat hij jubelen in zang,

    cui grata lux est

    wie het licht liefheeft,

    et fremat in planctu

    en laat hij weeklagen,

    cui pulchra nox est.

    wie de schone nacht beminde.

    Iam dulcis in via,

    Nu treedt zij reeds aan,

    formosa et decora,

    zoet, schoon en sierlijk;

    exultat aurora,

    de dageraad juicht

    incedit Maria.

    Maria schrijdt voort.

    Translation: Tempera Mente

  2. Stradella — Ave regina coelorum
    • SA bc
    • Alessandro Stradella, Composizioni Sacre da Chiesa (Modena, Biblioteca Estense Universitaria, Mus. F. 1140), cc. 41–48.
  3. Scarlatti — Toccata fuga in sol maggiore
    • Org solo
  4. Melani — Salve regina
    • SSATB bc
    • A. Melani (attrib., after 1667), Basilica di Santa Maria Maggiore, Rome, RISM I-Rism 94/19.
  5. Carissimi — O dulcissimum Mariae nomen
    • TB bc
    • A. Poggioli, Delectus sacrarum cantionum 2–5vv (1652).

    O dulcissimum Mariae nomen,

    O zoetste naam van Maria,

    nomen vere sanctissimum,

    naam die waarlijk allerheiligst is,

    O nomen gratiae,

    O naam vol genade,

    semper cogitandum;

    altijd te overdenken;

    O solatium animarum,

    O troost der zielen,

    nomen venerandum;

    naam die vereerd moet worden;

    O nomen caelicum,

    O hemelse naam,

    et vere angelicum,

    en waarlijk engelachtig,

    resonent ergo in ore omnium.

    moge hij weerklinken op de lippen van allen.

    O Maria, mater pia,

    O Maria, liefdevolle moeder,

    nos defende in hac via;

    verdedig ons op deze weg;

    nos tuere, nos guberna,

    behoed ons, bestuur ons,

    duc nos tecum ad superna

    leid ons met u naar de hemelse hoogten.

    Translation: Tempera Mente

  6. Melani — Alma redemptoris
    • SSATB bc
    • Münster, Diözesanbibliothek, Santini-Sammlung, Sant. Hs. 2658(11) (after 1667).
  7. Carissimi — Salve amor noster
    • SA bc
    • Scelta de’ motetti da cantarsi […] Parte Prima (1665).

    Salve amor noster,

    Wees gegroet, onze liefde,

    Salve nostra spes et vita,

    wees gegroet, onze hoop en ons leven,

    Salve, o Maria.

    wees gegroet, o Maria.

    Vulnerasti me sagitta amoris tui,

    Gij hebt mij verwond met de pijl van uw liefde,

    inflammasti me incendio charitatis tuae

    gij hebt mij ontvlamd met het vuur van uw barmhartigheid.

    amor meus, ardor meus,

    Mijn liefde, mijn gloed,

    o Maria.

    o Maria.

    Ecce cor meum in desiderio,

    Zie, mijn hart in verlangen,

    in desiderio decoris tui,

    in het verlangen naar uw schoonheid –

    o pulcherima mulierum

    o schoonste van de vrouwen –

    solum ardet, solum languet.

    het brandt slechts, het versmacht slechts.

    Fulcite me floribus,

    Sterk mij met bloemen,

    stipate me malis

    omring mij met appelen,

    quia cor meum, amore Virginis,

    want mijn hart, uit liefde voor de Maagd,

    totum ardet, solum languet

    brandt geheel en versmacht alleen.

    quam pulchri sunt gressus tui

    Hoe schoon zijn uw schreden,

    quam in calceamentis filia principis.

    als van een prinsendochter in haar sandalen.

    Trahe nos post te,

    Trek ons achter u aan,

    curremus in odorem unguentorum tuorum

    laat ons snellen naar de geur van uw zalven.

    quam decora es, Regina caeli

    Hoe schoon zijt gij, Koningin van de hemel,

    in vestito deaurato,

    bekleed met goud,

    circumdata varietate.

    omgeven door luister.

    Voca nos, suscipe nos

    Roep ons, ontvang ons,

    et serviemus tibi Regina coeli

    en wij zullen u dienen, o Koningin van de hemel

    et mundi Domina

    en Vrouwe der wereld.

    Virgo potens, Virgo dulcis,

    Machtige Maagd, tedere Maagd,

    o Maria.

    o Maria.

    Te circumdent flores rosarum

    Mogen bloemen van rozen u omringen,

    te coronet serta stellarum

    mogen kransen van sterren u kronen,

    Virgo pulchra terrae,

    schone Maagd van de aarde,

    Virgo fulgens caeli lux

    stralende Maagd, licht van de hemel.

    florete flores Virginis

    Bloeit, o bloemen van de Maagd,

    fulgete serta siderum

    straalt, o sterrenkransen!

    Virgo noster odor est

    Maagd, gij zijt onze geur,

    Virgo nostrum iubar es

    Maagd, gij zijt ons licht.

    agite, dulcite, dicite laudes.

    Komt, zoet, en spreekt lof.

    Laudes dicamus Virgini

    Laat ons lof zingen voor de Maagd,

    dicamus illi canticum

    laat ons haar een lied toezingen,

    que noster amor est

    want zij is onze liefde,

    et consolatio nostra

    en onze troost,

    et delectatio nostra,

    en ons genot,

    spes nostra,

    onze hoop,

    amor noster.

    onze liefde.

    Translation: Tempera Mente

  8. Pasquini — Variazioni dedicate a Monsignor Kaunitz
    • Org solo
    • Wien, Minoritenkonvent (?), Ms. Wien XIV 743.
  9. Scarlatti — Magnificat
    • SSATB bc
    • Münster, Diözesanbibliothek, Santini-Sammlung, Sant. Hs. 3874 (“Magnificat a cinque…”).

Programme notes

Madonna mia

Rome, 17e eeuw: stad van pausen, paleizen en processies. Tussen barokke façades en verborgen tuinen arriveert in 1665 een koningin zonder rijk: Christina van Zweden. Ze laat kroon en troon achter om hier, in het hart van de katholieke wereld, een nieuw koninkrijk te stichten: het koninkrijk van de kunsten. Na haar troonsafstand en bekering tot het katholicisme groeit ze uit tot een van de invloedrijkste mecenassen van de stad. Haar Palazzo Ruspoli wordt een ontmoetingsplaats voor dichters, schilders en musici, een laboratorium waarin een hele eeuw zich vormt.

Rome is in de 17e eeuw ook de stad van de Mariaverering. Nog altijd staan er meer dan tachtig kerken die aan de Moeder Gods zijn gewijd. Maria is in het barokke Rome niet alleen een religieus symbool, maar ook een beeltenis van troost, hoop en bescherming. Antifonen als Salve Regina, Ave Regina caelorum en Alma Redemptoris Mater vormen de muzikale hartslag van de Mariaverering.

Maria en Christina van Zweden staan op geheimzinnige wijze naast elkaar: de een als koningin van de hemel, de ander als koningin zonder kroon, die in Rome haar geestelijke thuis vindt. Beide vrouwen zijn inspiratiebronnen en beide bepalen het artistieke klimaat waarin de muziek in dit programma ontstaat.

Giacomo Carissimi (1605–1674), een belangrijk referentiepunt voor Christina, werkt aan het Collegio Germanico in Rome. Deze jezuïetenschool geniet grote muzikale faam, die dankzij Carissimi alleen nog maar toeneemt. Componisten als Charpentier en Christoph Bernhard reizen naar Rome om bij hem te studeren. Carissimi’s werken slaan een brug tussen de seconda pratica en nieuwe vormen als de cantate met aria’s en recitatieven. In O dulcissimum Mariae nomen en Salve amor noster verandert hij woorden met gedurfde harmonieën in muziek en bereidt zo de weg naar de hoogbarok.

Iets jonger, maar in dezelfde traditie, staat Alessandro Melani (1639–1703). Zijn stijl is al diep in de hoogbarok geworteld en kenmerkt zich door duidelijke tekstdictie en melodische vindingrijkheid, zoals te horen in de motet Quae est ista. Melani is kapelmeester van de basiliek Santa Maria Maggiore, maar naast geestelijke muziek componeert hij ook opera’s die in aanwezigheid van Christina worden uitgevoerd. Tijdens zijn leven is hij een productief en hooggewaardeerd componist met nauwe banden aan Europese hoven.

Als beschermvrouw ondersteunt Christina ook Alessandro Stradella (1643–1682) ruimhartig. Zij bedenkt zelfs de handeling voor een serenata die hij op muziek zet. Zijn bewogen leven vol intriges, affaires en omzwervingen inspireert later maar liefst vier opera’s. Deze hartstocht klinkt ook in zijn muziek. De antifoon Ave regina caelorum wordt bij hem een klein geestelijk drama: contrastrijk, spannend, expressief – theatraal geladen, maar zonder de spirituele diepte te verliezen.

Bernardo Pasquini (1637–1710) geldt als een van de briljantste musici van zijn tijd – geroemd als klavecinist, organist en componist. Zijn variaties, opgedragen aan de diplomaat Kaunitz, zijn kunstige spelingen vol esprit en elegantie. Ook zijn opera’s en geestelijke vocale werken brengen hem in het Rome van de jaren 1670 en ‘80 veel aanzien. Hij wordt lid van de Accademia dell’Arcadia – een kring van dichters en denkers, opgericht, hoe kan het anders, door Christina van Zweden. Pasquini is, net als Melani en later Scarlatti, verbonden aan Santa Maria Maggiore als organist.

Ten slotte behoort ook Alessandro Scarlatti (1660–1725), een generatie jonger, tot de door Christina gesteunde componisten. Hij legt de basis voor de Napolitaanse school en daarmee voor de late barok. In zijn Magnificat ontmoeten strenge contrapuntische lijnen de expressieve kracht van de opera. De tekst, een kernstuk van de Mariaverering, getuigt van geloof en verkondigt een revolutionair manifest van omwenteling en hoop.